Q&A Corona

Juridische steun van de VIIA in het Corona-tijdperk.

Een overzicht van veelgestelde vragen, samengesteld door Hans Meininger.

 

Een fabrikant vraagt de agent om importeur te worden

Een buitenlandse fabrikant wil het betalen van provisie en betalingsrisico's van afnemers voorkomen door zijn agent te vragen importeur te worden. Als de agent niet akkoord gaat dreigt hij de agentuurovereenkomst op te zeggen. Wat te doen als agent?
De positie van een agent is juridisch (veel)sterker dan die van een importeur. Als er geen problemen zijn, dan kan een importeur van een goed product vaak meer verdienen dan een agent met hetzelfde product. Maar als de markt slecht is en de omzetten onder druk staan, dan heeft een agent de bescherming van de wettelijke opzegtermijn en zijn recht op een klantenvergoeding bij beëindiging. Een importeur zal bij opzegging van de exclusieve distributie alleen recht hebben op een redelijke opzegtermijn. In dit geval van gevraagde overgang gaat het in feite om een beëindiging van de agentuurrelatie en een start als importeur. Dat houdt in, dat afgerekend moet worden bij het einde van de agentuur. Deze beëindiging geschiedt op verzoek van de principaal en dus moeten de beëindigingsregels in acht worden genomen. Dat moet voorafgaan aan een starten van de importrelatie. Omdat het om een voortzetting van de relatie gaat, is het redelijk, dat partijen water bij de wijn doen bij de overgang met betrekking tot de wettelijke rechten van de agent. Dat zou bijvoorbeeld kunnen betekenen, dat de agent afziet van zijn recht op (een vergoeding van) de opzegtermijn. Een redelijke klantenvergoeding behoeft niet ter discussie te staan.

Een fabrikant erkent een agent niet als agent

In deze economisch moeilijke corona tijd stopt een fabrikant met zijn agent en stelt, dat hij deze nooit als agent heeft aangesteld, want hij heeft nooit een contract getekend. De agent heeft volgens hem alleen incidenteel voor hem gewerkt als opdrachtnemer. Hij neemt dit standpunt in om aan een wettelijke opzegtermijn en een klantenvergoeding te ontkomen. Het is aan de agent om te bewijzen, dat hij agent is. Vaak dringen agenten aan op een schriftelijk contract, maar de wet eist dit nergens. Iedere bewijsbare continue samenwerking op basis van een variabele vergoeding bij resultaat van de bemiddeling levert een agentuurrelatie op. De wet spreekt wel over een afspraak voor een bepaalde of onbepaalde tijd. In dit geval kan de agent hopelijk provisiebetalingen tonen, die een relatie hebben met verkopen en die een langere tijd doorlopen. Dat is op zich voldoende bewijs. Voor alle rechten, die samenhangen met een agentuur heeft de Nederlandse wet voldoende bepalingen. 

Een winkelier kan niet betalen en wordt geliquideerd     

Door de slechte omzetten kan een detaillist zijn leverancier niet meer betalen. De winkelier is een besloten vennootschap en de enige aandeelhouder van dit bedrijf neemt in een Algemene Vergadering het besluit de BV te ontbinden wegens gebrek aan baten. Daarmee houdt de vennootschap op te bestaan. Het bedrijf meldt deze ontbinding een dag later aan de Kamer van Koophandel met de mededeling dat er geen baten zijn. De leverancier, die een bericht van beëindiging ontvangt van het gestopte bedrijf, vraagt zich af of dit zomaar kan. Het antwoord is: ja, dit kan, zolang er inderdaad niets meer over is om te verdelen. Een dergelijke beëindiging van een bedrijf heeft de (niet-juridische) term: "turboliquidatie". Hiervan werd de afgelopen jaren ruim vier keer vaker bij een schuldenprobleem gebruik gemaakt, dan een faillissement. Bij deze wijze van beëindiging gaat het alleen om de opgave van de eigenaar (aandeelhouder) van het bedrijf en is er geen controle door een curator.

Een importeur verliest zijn exclusiviteit

In een poging meer omzet te krijgen neemt een fabrikant de exclusieve bescherming van de importeur af. Alle klanten kunnen nu rechtstreeks bij de fabrikant bestellen en hoeven dit niet meer via de importeur te doen.  Wat kan een importeur hiertegen doen? Anders dan een agent heeft een importeur geen wettelijke bescherming. De relatie tussen leverancier en importeur wordt beschouwd als een "gewone" zakelijke afspraak.  Zoals alle afspraken moet ook deze te goedertrouw worden uitgevoerd én gewijzigd. In dit geval heeft de importeur recht op een redelijke opzegtermijn, afhankelijk van de duur van de overeenkomst en het belang van deze import voor zijn bedrijf. Die termijn kan tussen de drie en de twaalf maanden liggen. Als de leverancier per direct rechtstreeks levert aan alle klanten in het gebied van de importeur, dan kan de importeur een vergoeding vorderen voor zijn winstderving gedurende de tijd, dat de exclusiviteitsovereenkomst redelijkerwijs nog had moeten voortduren na een opzegging. 

De fabrikant stelt een tweede agent aan

Om meer (noodzakelijke) omzet te krijgen, stelt een fabrikant naast de bestaande agent een tweede agent aan. Dat zal in de meeste gevallen voor de bestaande agent niet acceptabel zijn. De vraag is hoe hij kan handelen. Zonder andere afspraken heeft een agent recht op provisie over alle verkopen in zijn rayon. Een extreme actie is om in kort geding de aanstelling te laten verbieden. Dat is waarschijnlijk niet de aangewezen weg. In dit geval kan de oorspronkelijke agent ook aanspraak maken op provisie over de verkopen, die de nieuwe agent heeft aangebracht. Daarmee dreigen naar de fabrikant zal meer opleveren dan later de provisie over de verkopen van de andere agent op te vorderen. Als met deze nieuwe aanstelling de vertrouwensrelatie ernstig is verstoord, kan de agent besluiten met behoud van zijn rechten de agentuurovereenkomst op te zeggen wegens een dringende reden. In sommige gevallen wordt in een contract opgenomen, dat alleen provisie verschuldigd is over orders van klanten, die de agent zelf heeft ingebracht. Dat geeft de fabrikant ruimte om zelf klanten te werven en orders binnen te halen. Ook kunnen dan de orders van een tweede agent buiten de provisie van de eerste agent worden gehouden. 

De fabrikant laat de agent achter debiteuren aan gaan 

In deze tijd, dat de interieurwinkels (veel) minder verkopen, ontstaan ook betalingsachterstanden. Een fabrikant vraagt een agent achter de debiteuren aan te gaan. Kan dit van de agent gevraagd of zelfs geëist worden? De (wettelijke) taak van de agent is te bemiddelen bij het tot stand brengen van orders. Als dat gelukt is, dan is zijn formele taak achter de rug. De fabrikant beslist of hij de ingebrachte order wil uitleveren en hij neemt daarbij ook het debiteurenrisico. Het is dus beslist juridisch niet de taak van een agent om winkeliers, die openstaande rekeningen, te bezoeken met een betalingsverzoek. In de praktijk zal in een goede relatie in deze tijd de agent bereid zijn binnen zijn tijdsplan wanbetalers te bezoeken en tot betaling te manen. Soms staat deze activiteit zelfs expliciet in een contract. Dreigen met maatregelen, als de agent niet aan een dergelijk verzoek voldoet, is echter volstrekt onterecht, zeker als dit niet afgesproken is.

De fabrikant wil orders niet uitleveren

Een fabrikant kan redenen hebben om orders niet uit te leveren. Als hij zo handelt, omdat het hem anders meer kost dan oplevert, of als hij betalingsrisico's vreest, dan is dat zijn probleem en dat mag juridisch geen gevolg hebben voor de agent. Het is immers zo, dat de taak van de agent is orders binnen te halen. Daarvoor krijgt hij provisie. Als er niets anders geregeld is, heeft de agent op grond van de wet recht op provisie als de order rond is. Ook als deze door de fabrikant niet wordt uitgevoerd, terwijl deze dat wel zou kunnen doen. Als er een schriftelijk contract is kan dat anders liggen, want daar wordt vaak in bepaald dat uitbetaling van de provisie pas geschiedt als de betaling van de winkelier is ontvangen. 

De fabrikant besluit geen zaken meer te doen in Nederland

Als de fabrikant besluit dat verkopen in Nederland te weinig zullen opleveren voor zijn bedrijf en daarom de agent opzegt, dan heeft de agent een probleem. De fabrikant zal in ieder geval een opzegtermijn in acht moeten nemen, volgens het contract of de wet. Maar een klantenvergoeding zal er niet inzitten. De grond voor een klantenvergoeding is immers dat de agent een klantenbestand heeft opgebouwd én dat de principaal daarvan nog gebruik kan maken. Dat laatste zal hier niet het geval zijn. Ook als dat een eenzijdige beslissing van de fabrikant is, zal een vergoeding voor de agent juridisch weinig kans maken.

De fabrikant gaat zelf de markt bewerken

Om kosten te besparen kan de fabrikant het besluit nemen om zelf rechtstreeks de klanten te benaderen. De agent wordt dan aan de kant gezet of geheel gepasseerd. In dit geval gelden alle regels voor beëindiging: opzegtermijn en klantenvergoeding. De fabrikant kan van het opgebouwde klantenbestand gebruik maken zonder kosten voor de agent. De reden voor de opzegging doet er hier niet toe. Als de fabrikant niet opzegt, maar buiten de agent om zaken doet (zonder provisie te betalen), dan kan de agent aanspraak maken op de provisie over de rechtstreekse orders én -indien hij dat wenst- de overeenkomst opzeggen met behoud van zijn rechten.

De fabrikant gaat failliet

Het kan ook gebeuren dat de fabrikant door de crisis failliet gaat. De agent staat dan met lege handen. Niet alleen zal er weinig te halen zijn, maar de voorwaarde voor een klantenvergoeding, te weten dat de fabrikant nog doorgaat met het klantenbestand, is er hier niet. Formeel juridisch moet de curator de agentuurovereenkomst opzeggen met inachtneming van de opzegtermijn. Als de curator de fabriek tijdens de opzegtermijn nog laat leveren, dan heeft de agent recht op provisie over deze verkopen. Op grond van de Faillissementswet zal deze provisie waarschijnlijk bevoorrecht zijn. De achterstallige provisie (deze zal wel een tijdje niet betaald zijn) is concurrerend en komt aan het einde van de uitkeringen als er nog iets overblijft.

De fabrikant wil het provisiepercentage verlagen

Een fabrikant kan aankondigen, dat hij -in verband met financiële problemen- de hoogte van het provisiepercentage wil verlagen. Hij beroept zich erop dat hij niet meer wil en kan betalen. Een agent behoeft die wijziging niet te accepteren. Althans juridisch niet. Want een afspraak, ook als deze alleen mondeling is gemaakt, kan niet eenzijdig worden gewijzigd. De agent kan zijn fabrikant aan de afgesproken provisie houden en desnoods deze in rechte afdwingen. Dat is niet alleen juridisch juist, maar ook moreel. Want verlaagde omzetten betekenen ook voor de agent al een financiële neergang. Hoe in de praktijk moet worden gehandeld, is aan de agent. Want in een goede relatie kijk je wat mogelijk is om beide partijen overeind te houden. Niet accepteren kán een opzegging tot gevolg hebben; daar moet de agent zich wel van bewust zijn.

De fabrikant besluit zijn bedrijf te stoppen

Door de grote financiële problemen (de verkoop is bijna geheel weggevallen) kan een fabrikant besluiten zijn bedrijf te sluiten. Voor een agent is dat een ramp, want niet alleen verliest hij mogelijke provisie in de toekomst, maar ook een klantenvergoeding zal er niet inzitten. Als het bedrijf vrijwillig wordt gesloten zal wél een opzegtermijn in acht moeten worden genomen. Die termijn is naar Nederlands recht wettelijk tenminste vier maanden en kan anders zijn bij contractuele afspraken. Zo nodig kan de agent voor het niet in acht nemen van de opzegtermijn een vergoeding eisen. Deze vergoeding wordt berekend over wat de agent nog zou kunnen verdienen tijdens die opzegtermijn. Dat lijkt nu zeer weinig, maar er wordt voor de berekening van deze schade gekeken naar de laatste twaalf maanden. Een recht op een klantenvergoeding is er niet, want de fabrikant heeft niets meer aan de door de agent opgebouwde contacten.

De fabrikant betaalt de provisie niet meer

Uw recht op provisie blijft onveranderd ook in deze tijd. Volgens de wet moet uitbetaling plaats vinden na afloop van de maand, volgend op de maand waarin de provisie verschuldigd werd. Dus de provisie over de maand maart moet uiterlijk eind april worden betaald. Wanneer de provisie verschuldigd is, hangt af van de gemaakte afspraken of de gewoonte. Formeel juridisch is dat als de order er is, maar vaak zal de betaling pas verschuldigd zijn bij betaling door de klant. Dat mag juridisch, want deze regels zijn geen dwingend recht. Hoe lang u wilt wachten op uitbetaling hangt af van uw relatie met deze fabrikant, hoe dringend u het geld nodig hebt en de mogelijkheid de provisie te incasseren. Als er geen ander, buitenlands recht is afgesproken, kunt u in Nederland naar de rechter om de achterstallige provisie te innen.  Bedenk wel, dat u ook met een vonnis er nog niet bent. Hopelijk lukt het met enige druk deze juridische stappen te voorkomen.

De fabrikant maakt een doorstart na faillissement

Als een fabrikant een doorstart maakt na faillissement, is de positie van de agent lastig. Het doorgestarte bedrijf kan de agent overnemen; de agent start dan op "nul" voor de opbouw van rechten, want het gaat om een nieuwe fabrikant. Maar het nieuwe bedrijf behoeft de agent niet over te nemen. De vraag zal zijn: wie betaalt mijn achterstallige provisie en bij wie kan ik een klantenvergoeding claimen?  Voor de openstaande provisie moet de agent bij het oude, failliete bedrijf zijn. Hij moet maar afwachten of er daar nog iets voor hem overblijft. Het nieuw opgestarte bedrijf heeft het hele (door de agent opgebouwde!) klantenbestand overgenomen. Waar moet de agent zijn voor een klantenvergoeding? Het oude bedrijf zal zeggen: ik heb het bedrijf moeten stoppen en ik heb niets meer aan een klantenbestand, dus ben ik ook geen klantenvergoeding verschuldigd. Het nieuwe bedrijf zal zeggen: je hebt als agent niets voor mij opgebouwd en het klantenbestand heb ik overgenomen van het failliete bedrijf. In dit soort situaties valt de agent juridisch en financieel tussen de wal en het schip.

De fabrikant annuleert orders

Een fabrikant annuleert orders, die zijn afgesloten in het rayon van de agent.  Kennelijk vindt hij het leveren van deze verkopen niet meer interessant.  Een afgesloten en bevestigde order kan niet eenzijdig worden geannuleerd. De agent kan juridisch geen nakoming eisen. Dat kan de klant, die de order heeft geplaatst, wél. Deze klant moet eisen, dat de order wordt uitgevoerd. Formeel juridisch maakt het voor de agent niet uit of de leveringsplicht wordt nagekomen.  De order is immers tot stand gekomen in zijn gebied en daarmee heeft hij zijn wettelijke plicht gedaan. De agent kan provisie vorderen, ook al heeft de fabrikant de order geannuleerd. Als het om meerdere orders gaat en het provisiebedrag is groot genoeg, dan is het mogelijk gerechtelijke stappen te ondernemen. Wél is ook hier de afweging of het doorzetten van het recht door de agent opweegt tegen het verstoren van de relatie met de fabrikant.

De fabrikant kan niet leveren

De fabrikant kan door belemmeringen in het transport niet leveren. Hij beroept zich op overmacht. Het woord overmacht is nergens terug te vinden in de wet. Wél is er een regel, dat het tekortschieten in dit geval niet aan de fabrikant kan worden toegerekend, als het niet te wijten is aan zijn schuld of volgens geldende opvattingen niet voor zijn risico komt.  Hier zal geen sprake zijn van schuld, tenzij de fabrikant een vervoerder heeft gekozen, die al slecht bekend staat. Het is zeker mogelijk, dat onder de gegeven omstandigheden geoordeeld zal worden, dat het niet kunnen leveren niet voor zijn risico komt. Vaak staat ook in leveringsvoorwaarden een heel rijtje wat onder "overmacht" wordt verstaan door de fabrikant. Het is niet altijd duidelijk hoever de fabrikant met zijn voorwaarden het begrip "overmacht" kan oprekken. Maar een uitbraak van een virus, waardoor vervoer niet mogelijk is, zal waarschijnlijk niet voor het risico van de fabrikant komen.

De fabrikant wordt overgenomen

Een fabrikant, die door de crisis in financiële problemen komt, kan worden overgenomen. Voor de agent is dan de vraag, wat zijn positie is in de nieuwe situatie. Heeft hij/zij tegenover de overnemer dezelfde rechten als tegenover zijn oude principaal? Hier moet een onderscheid worden gemaakt tussen een overname van het hele bedrijf (bijvoorbeeld door het kopen van de aandelen) of een kopen van modellen en klantenbestand. In het eerste geval zal de agent alle - bij de oude principaal- opgebouwde rechten behouden, zoals een bepaalde opzegtermijn en een recht op een klantenvergoeding. Als de overnemer niet met de agent door wil (hij heeft bijvoorbeeld al een agent), dan kan de agent zijn rechten te gelde maken. Gaat de overname alleen om onderdelen en wordt de agent bedankt, dan is er de mogelijkheid de oude fabrikant aan te spreken. In ieder geval een opzegtermijn zal uitbetaald moeten worden. Mogelijk kan een klantenvergoeding verkregen worden, als duidelijk is, wat de overnemer voor het klantenbestand heeft betaald. 

De fabrikant vraagt de agent om provisieverlaging

Soms vraagt een fabrikant aan zijn agent of deze akkoord gaat met een verlaging van de provisie. Daarbij wijst hij op de grote verslechtering van de economische situatie. Een verlaging is nodig om het bedrijf overeind te houden. De agent hoeft hier niet mee akkoord te gaan. Een eenmaal gemaakte afspraak over de provisie, schriftelijk of mondeling, kan niet eenzijdig worden gewijzigd. MAAR: er is in de wet een bijzonder artikel, dat betrekking heeft op onvoorziene omstandigheden. Die omstandigheden moeten wel zo ernstig zijn, dat naar redelijkheid een ongewijzigde uitvoering van de afspraak niet verwacht mag worden. Zo'n omstandigheid lijkt op dit moment aan de orde. In een dergelijk geval kan de overeenkomst worden gewijzigd, dus hier een verlaging van de provisie. Het punt hierbij is wel, dat niet de fabrikant dit bepaalt, maar de rechter, op verzoek van de fabrikant.  Of een dergelijke gerechtelijke stap snel voordeel zou leveren voor de fabrikant is de vraag. Gunstig voor de fabrikant is, dat een eventuele verlaging via de rechter met terugwerkende kracht kan worden uitgesproken.